Leesfragment: Perfect in zijn genre: John Green en de YA-roman

07 juli 2016 , door Maarten Asscher
| | | | |

Literatuur leert ons in woorden hoe het is om te leven. Maar waarom zou je daarover lezen? Je kunt het leven toch gewoon leven? Voor echte literatuurlezers is dat een onzinvraag, voor jongeren grofweg tussen de veertien en de achttien jaar is dat niet zo'n gekke gedachte. Wat moeten zij met al die hoogdravende en onbegrijpelijke meesterwerken uit voorbije eeuwen, moderne klassiekers en romandebuten, terwijl ze wel degelijk behoefte hebben aan serieuze verhalen over het leven, over hún leven? Aan die paradox wil het genre Young Adult (YA)-literatuur tegemoetkomen. Binnen dat genre geldt The Fault in Our Stars (2012) van de Amerikaanse schrijver John Green als een grote aanrader. Athenaeum selecteerde het boek als een van de vijftig doorslaggevende romans uit de afgelopen halve eeuw en geeft het een ereplaats in zijn nieuwe YA-afdeling op het Spui. Terecht?

The Fault in Our Stars (Een weeffout in onze sterren, in het Nederlands vertaald door Nan Lenders) is het verhaal van een onmogelijke liefde, verteld vanuit het gezichtspunt van de zeventienjarige Hazel, voluit Hazel Grace Lancaster. Haar liefde voor de een jaar oudere Augustus (Gus) Waters is een onmogelijke, omdat beiden ongeneeslijke kanker hebben en waarschijnlijk niet lang zullen leven. Om precies te zijn: Hazel heeft schildklierkanker met uitzaaiingen in haar longen en Augustus heeft botkanker, als gevolg waarvan hij met een kunstbeen door het leven gaat. Ze ontmoeten elkaar in hun woonplaats Indianapolis bij een religieus getinte praatgroep voor jeugdige kankerpatiënten, waar Hazel aan deelneemt omdat haar ouders dat zo graag willen en waar Gus een keer verschijnt om zijn vriend Isaac te vergezellen. Isaac staat op het punt ook zijn tweede oog aan deze ziekte te verliezen.

100% echtheid

Dat klinkt allemaal vrij heftig, zou je zeggen, zeker voor een lezersgroep die zich enkele jaren eerder - al lezend, films kijkend en gamend - nog onderdompelde in evident gefantaseerde werelden vol magie, ridders, tijdreizen, prinsessen, coureurs, heksen, indianen of robots. Maar als basis voor een liefdesverhaal werkt het uitstekend, juist omdat het een harde, realistische ondergrond neerlegt. 100% echtheid is precies wat deze leeftijdsgroep lezers wil, geen zoetgevooisde, gekunstelde of ontwijkende praatjes. Green heeft zich dan ook uitstekend gedocumenteerd in alle varianten en behandelingen van kanker, in de psychologie van de kankerpatiënt en het daarbij bijbehorende idioom. De opdracht voorin de roman aan ene Esther Earl, en de verwijzingen in de verantwoording achterin naar haar familie, suggereren dat hij het personage van Hazel op een werkelijk bestaande, jonggestorven patiënte heeft gebaseerd.

Bankje op de Leidsegracht

Maar juist door de inbedding in realistische, met levensechte terminologie en cynische grappen doorspekte beschrijvingen komt de fictie van deze dubbelde ziektegeschiedenis des te beter tot zijn recht. Hazel is bijvoorbeeld zwaar aan de Phalanxifor, een geneesmiddel dat John Green geheel verzonnen heeft. Daardoor benadrukt de auteur juist het exotische, ja buitenmenselijke effect van al die behandelingen en therapieën. Ook in het echt leveren immers de namen van wél bestaande geneesmiddelen, zeker voor jeugdige patiënten (en hun omgeving), even zo vele vervreemdende ervaringen op.

Hoe het verhaal van de grote liefde tussen Hazel en Gus zich precies ontvouwt, is niet iets om in een recensie te verklappen. Iedereen die zelfs maar vagelijk van het boek heeft gehoord - of de verfilming ervan gezien heeft - weet dat de stad Amsterdam er een belangrijke rol in speelt. Die Amsterdamse inspiratie komt niet als een verrassing voor wie weet dat de auteur in het voorjaar van 2011 twee maanden in het schrijversappartement op het Spui verbleef, toen hij aan deze roman werkte. Nog dagelijks staan fans van John Green elkaar te fotograferen bij het bankje op de Leidsegracht, waar in de film Hazel en Gus een van hun verliefde gesprekken zitten te voeren.

Tijdloze liefdesverhalen

Als we even aannemen dat beginnende lezers van literatuur vooral in echte, essentiële onderwerpen geïnteresseerd zijn, onderwerpen die dicht staan bij wat - onaardig - hun 'belevingswereld' wordt genoemd, kom je in feite uit bij de eeuwige thema's uit de wereldliteratuur: liefde, dood en strijd. Een goede YA-roman moet ook om die reden naar precies dezelfde maatstaven worden beoordeeld als een andersoortige roman: zeggingskracht, geloofwaardigheid, onderhoudendheid, treffende beschrijvingen, interessante en geloofwaardige personages en een goede afwisseling tussen ideeënrijkdom en voortgang of spanning in het verhaal.

Zo bezien is een goede literaire YA-roman misschien op de eerste plaats een goede roman, die geschreven is vanuit het perspectief van een jongvolwassene, maar die in zijn stof en in zijn uitwerking de mogelijkheden van de totale romankunst voldoende benut. The Catcher in the Rye van J.D. Salinger is naar mijn gevoel de stemvork voor de stijl en de toon van veel hedendaagse YA. De vroegwijze toon van 'über-puber' Holden Caulfield klinkt mee in veel boeken van literaire YA-auteurs. Dat is niet noodzakelijkerwijs verkeerd, maar de allerbeste hedendaagse auteurs in het genre (zoals Mark Haddon, Anna Woltz of John Boyne) hebben per boek juist een heel eigen sfeer en vorm. Dat geldt ook voor The Fault in Our Stars. Als dat boek al in een traditie staat, dan is dat niet alleen die van de YA-literatuur, maar ook die van tijdloze liefdesverhalen zoals Romeo en Julia van William Shakespeare (aan wiens Julius Caesar Green de titel voor zijn roman ontleende), Turks Fruit van Jan Wolkers of Love Story van Erich Segal.

'Alles wat perfect is in zijn genre, stijgt daarbovenuit om iets anders te worden' schreef Thomas Mann. Dat geldt ook voor de roman van John Green. The Fault in Our Stars is inderdaad een zeer geschikt boek voor veertien-tot-achttienjarigen, maar het is intussen ook een modern-klassieke roman die door lezers van uiteenlopende leeftijden over tien of vijfentwintig jaar nog gelezen zal worden.

Maarten Asscher is directeur van de Athenaeum Boekhandel. Daarnaast is hij schrijver. Van 1980 tot 1998 was hij uitgever. Zijn meest recente boek is Het uur der waarheid. Over de gevangenschap als literaire ervaring.

MINDBOOKSATH : athenaeum