Bestel uw boeken online bij Athenaeum Boekhandel!

Leesfragment: In het buitengebied. Roman in verhalen

19 mei 2017 , door Adriaan van Dis

16 mei verscheen In het Buitengebied, de nieuwe roman van Adriaan van Dis. Lees bij ons een uitgebreid fragment.

In het Buitengebied is een roman over alleen wonen. Een schrijver heeft zich gevestigd in een afgelegen vallei - ver van de stad en zijn vrienden. De stilte is tastbaar. In de lente hoort hij de vliesjes van de haagbeuk knappen, maar het sterkst klinkt een tergende binnenstem die de man confronteert met zijn angsten en obsessies.

Van Dis toont in deze roman-in-verhalen hoe kwetsbaar eenzaamheid kan zijn en hoe obsessief het verlangen naar de dood. Ook geeft hij in In het Buitengebied een prachtig tijdsbeeld van een veranderend Nederland. Niet altijd even vrolijk, al weet Van Dis het met zijn ironie en zelfspot gelukkig licht te houden. Ja, vrolijk zelfs.

N.B. Op 7 juni gaat Jeroen Vullings in de Haarlemse Wilhelminakerk met Adriaan van Dis in gesprek over In het Buitengebied, u kunt hierbij aanwezig zijn.

 

Je koopt bij de slager twee biefstukjes – twee, omdat je je schaamt alleen te zijn.

Doe niet zo flauw, Binnenstem, gun me mijn schaamte, je weet toch, er is veel veranderd sinds Akiko.

Maar ze eet geen biefstuk en je durft haar niet te laten zien.

Ik dring haar niks op, dat hebben we afgesproken. Ze moet aan zoveel wennen. De buitenwereld kan even de pot op. Geduld is ons wachtwoord.
Neem alleen al onze stemmen, we konden elkaar in het begin slecht verstaan. Het was als zoeken naar de juiste golflengte. Ze is per slot Japans en wist nauwelijks waar Nederland lag. We spreken Engels met elkaar, maar ze heeft een zwaar accent. Rare klemtonen, ze slikt lettergrepen in. Ik moest keer op keer vragen: ‘Wat zeg je, herhaal die zin alsjeblieft?’ Ze dacht dat ik doof was. Ik probeerde haar uitspraak te verbeteren – professor Higgins teaching Eliza Doolittle – maar betrapte me erop dat ik telkens mijn stem verhief en dan imiteerde ze mijn ergernis en schreeuwde ze net zo hard terug. Na weken vonden we allebei een goede toon en woordkeus. (Al moet ik nu wel oppassen dat ik niet met volle mond praat anders verstaat ze me nog niet.)
Er valt voor haar nog zoveel te ontdekken: mijn volle huis, een verwilderde tuin, met rozenstruiken waar je je aan kan openhalen. Wel even wennen voor een meisje dat uit een bonsaiwereld komt. Ze is Japanser dan ik dacht. Zeer gesteld op rituelen, vooral op het ritueel van de herhaling. En ik pas me aan. Moet je me thee zien drinken. Daar hebben we nu een kleine ceremonie van gemaakt. Buiten op het terras: ik met mijn kont op een kussen en zij in kleermakerszit tegenover mij. In kimono. Ik drink uit een porseleinen kom met gouden binnenkant en klop mijn groene thee met een bamboekwastje op. En dan kijkt ze zeer tevreden. Eén keer vroeg ik haar een lied te zingen, een theelied uit haar jeugd. Ze knikte, rechtte haar rug en zette een kinderstem op – snerpend als een krekel. Ik vroeg haar naar de betekenis, maar ze kende alleen de woorden.
Ze is weliswaar in Tokio grootgebracht, maar haar vader, die haar gemaakt heeft tot wie zij is, heeft haar internationaal opgevoed. Akiko omarmt de wereld zonder zich te hechten. Ze weet meer dan ze kent. Haar woordenschat verbaast me elke dag. De Mini Crossword lost ze binnen één minuut op. Ze verslaat me keer op keer. Maar ze houdt me lenig. Het is 23 tegen 70. En ze is waanzinnig mooi. Ook daarom verstop ik haar een beetje. Ze is zo volmaakt als een perzik. Ik kan uren naar haar kijken en zuig haar schoonheid op.

Wie had ooit kunnen denken dat ik met een Japanse vrouw zou wonen. Japan was voor mijn familie een vloekwoord en stond voor oorlog, kamp en marteling. Japanse techniek was bij ons thuis taboe. En nu kniel ik voor een Japanse, leg ik mijn hoofd in haar schoot en streelt ze mijn kale kruin. Zo lief. En ze zegt de aardigste dingen – zinnetjes die ik haar zelf heb ingefluisterd. O, ze leert zo snel. Toen ik haar een week of wat geleden over de drempel droeg was ze verlegen en knikte ze hooguit ja en nee en nu wil ze mij optillen en begint ze de dag met een gedicht.

The poem refreshes life so that we share, For a moment, the first idea… It satisfies Belief in an immaculate beginning

Een vlekkeloos begin van de dag. Wallace Stevens. ‘Hoe kom je daaraan?’ vroeg ik haar.
Ze had naar iets Dutch gezocht – Stevens was Pennsylvania Dutch. Zo goedbedoeld. En knap. Ze doet haar best het mij naar de zin te maken: ‘I want to understand the Dutch.’ Het werd nog een heel gedoe om onze wederzijdse clichés uit te schakelen. Zo had ik een kimono voor haar gekocht – als welkomstgeschenk, naar Japans gebruik wonderschoon verpakt. Maar zij wilde liever klompen en een Delfts blauwe-tegeltjes-bh van Marlies Dekkers (een wens ingefluisterd door haar vader). Bh? Droegen Japanse vrouwen die dan? Hield een dagelijkse portie rauwe vis hun borsten niet klein en strak?
Ze bloosde. Niet dat ik het zag, maar zo voelde haar afgewend zwijgen.
Na lang bladeren vonden we elkaar in de Home and Garden-countrylook: groene laarsjes, een mantelpakje (niets opwindender dan een mantelpakje) en een stoere waxcoat. Je woont buiten of niet.
O, onze eerste keer in de moestuin. Zij op een stoel in haar laarsjes en waxcoat, starend naar een bed radijsjes, en ik geknield in de aarde woelend en bosje voor bosje – met de dauw nog op de witte wortels – in haar schoot leggend. En bloemen plukkend. Klaver, klaproos, guichelheil. Een hele vracht. Het rubber en het katoen kraakten als sneeuw in april.

Fetisjist!

Ze had er geen woorden voor – maar ze straalde en begreep. Ja, ze brengt me veel geluk. Natuurlijk maak ik me dat wijs… maar ze laat me begaan. Ik lees haar voor, stukken uit de krant of een zin uit een boek die ik mooi vind, en steeds vaker komt ze dan met een onverwachte opmerking – meestal zinnig, dromerig soms. Een enkele keer heel abstract en dan begrijp ik haar niet. En als ik dat zeg, herhaalt ze het. Of ze excuseert zich: ‘I am very sorry that you do not understand me… it is my fault.’
Ik ben allergisch voor onderdanigheid. Heeft haar vader haar ingeprent, al noemt hij het: ‘Aziatische voorkomendheid.’ Gaan we beslist veranderen. De verleiding is groot haar uit te dagen. Ze is slim en die slimheid geeft haar lef. Dan spelen we verbaal pingpong.
Soms komt Akiko al met een antwoord voor ik haar iets vraag. Ze kent mijn verlangens en merkwaardigheden en wijst me nu al vlekken aan die ik zelf nog niet heb gezien. Ze heeft de hele Lost Art of House Cleaning uit haar hoofd geleerd. ‘Groene zeep,’ roept ze als ik een grasknie uit een broek probeer te wassen. ‘Soda,’ als ik een vette schaal in de afwasmachine zet. Niet dat ze een hand uitsteekt, toch stel ik haar adviezen op prijs. Meelezen, afkijken en anticiperen – daarin ligt haar kracht. De kippen zijn ook dol op haar. De geiten zijn nog niet zover. Moeten erg aan haar stem wennen. Beetje monotoon… al krijg ik er rillingen van. En het allerleukste: ze is volstrekt onvoorspelbaar.

[...]

 

Copyright © 2017 Adriaan van Dis en uitgeverij Augustus

MINDBOOKSATH : athenaeum