Leesfragment: Het fluïde tijdperk

18 februari 2017 , door Atte Jongstra
|

Op 21 februari verschijnt Het fluïde tijdperk van Atte Jongstra. Lees bij ons alvast een fragment!

De wereld van nu verandert sneller dan ooit. En wij veranderen mee, we moeten wel, vaak onzeker over de koers die we varen. In Het fluïde tijdperk betoogt Atte Jongstra dat het niet langer volstaat om scheep te gaan en onszelf een ‘behouden vaart!’ toe te wensen. We moeten één worden met het water, vervloeien. Maar wat blijft er dan over van onszelf? In Het fluïde tijdperk vaart Jongstra over de oceaan van de (kunst)geschiedenis met de blik op wat er onder en in hem stroomt. Zijn eruditie, voorkeur voor het buitenissige en humor maken deze nieuwe essays even meeslepend als al zijn andere boeken.

 

Koepelmomenten

Vrijheid in vervloeien. Geluk

Vrijheid, freedom, water. Googelen met zulke trefwoorden is een probleem. Je komt algauw op koning Willem-Alexander terecht, dan staat er freedom onder alle hits en zit je in het watermanagement, of kom je op satirische sites over prins Pils en water als biergrondstof. Wel biedt de ingang ‘watermanagement’ zicht op… hoe moet je het noemen? Architectonische kunst, folly? Ik doel op het propagandabouwwerk Haewoojae, dat Sim Jae-duck in Suwon (Zuid-Korea) liet optrekken in 2007, het jaar waarin onder zijn voorzitterschap de World Toilet Association werd opgericht. Aardig autobiografisch detail is dat Sim Jae-duck het licht zag in de tuinkakdoos achter zijn ouderlijk huis. Van iedereen die een dergelijke geboortelocatie met Sim deelt, moet hij de enige zijn geweest die deze memoreerde in een reusachtige, bewoonbare wcpot. Maar de boodschap is duidelijk: Global Sanitation gaat een einde maken aan nederige baarplekken zoals die van Sim. Kwestie van mensenrechten: iedereen moet zijn kind op de frisse tegels van een net en rein waterprivaat ter wereld kunnen brengen.
Helaas vertoonde de Google-hit die mij naar Haewoojae leidde weer de toevoeging freedom. Het is in dit geval opnieuw het water dat in dienst staat van de mens, in plaats van andersom. De reine mens staat voorop, niet een dieper begrip van het verschijnsel water.

Gelukkig gaf Google ook een hit zonder freedom. Er dook een schilderij op van Ilja Repin (1844-1930), Wat een vrijheid uit 1903. Een aangenaam weerzien. Ik had in 2002 de overzichtstentoonstelling van deze Russische schilder gezien, samengesteld door voormalig Rijksmuseumdirecteur Henk van Os in het Groninger Museum. Fenomenaal werk, ik was op slag verkocht. Van Os legde de nadruk op Repins rol als kroniekschrijver van het Russische culturele leven. Veel portretten van schrijvers, schilders, componisten en wetenschappers, onder wie Toergenjev, Gorki, Mendelejev en Lev Tolstoj. Het briljante portret van de dipsomane, paranoïde geraakte componist Moesorgski hing er ook.

 

Fluide Tijdperk Afb1

Foto van http://cubeme.com/toilet-house-by-sim-jae-duck

 

Repin kon als geen ander waanzin in de ogen van zijn personages kwasten – de blik van Ivan de Verschrikkelijke na de moord op zijn zoon op een doek uit 1873, het in 1879 gekonterfeite portret van een megalomane tsarina uit de zeventiende eeuw.

Of Wat een vrijheid ook in Groningen te zien was, ik herinner me het niet. Het is ook maar de vraag of het doek mijn aandacht zou hebben getrokken. Ik had me ongetwijfeld gefocust op het van liefde juichende paar aan deze winderige rotskust, om dan snel door te lopen naar een waanzinwerk. In het element water was ik toentertijd niet bijster geïnteresseerd. Terwijl dat de ‘hoofdpersoon’ is op Wat een vrijheid, en verreweg het grootste deel van het schilderij beslaat. Deze branding met haar opspattende schuimkoppen leeft, het is een van de beste zeegezichten die ik ooit zag.
Eén deel treft me bijzonder. Als ik me niet vergis, is de waterpartij rechtsonder een terugvloeiende golf. Nu kan het zijn dat een rots eronder de vorm van dit vloeien iets koepelachtigs verleent, maar ik ben er niet zeker van of er wel steen onder ligt. Ook water kan in sommige omstandigheden zelfstandig een koepelvorm aannemen. Ik fotografeerde eens zo’n halve waterbol in een heel andere context, tijdens een IJslandreis in 1994. Mijn reisgenoot en ik hadden ons voorgenomen Geysir te gaan zien, in het zuidwesten van het eiland. Toeristenbusje, nog een hele tocht, maar dan ben je ook in spuitgebied Haukadalur (Haviksdal).
We zagen de waterkolom al van enige afstand.
‘Geysir!’ zei ik enthousiast.
De buschauffeur draaide zich om. ‘Geysir doet tegenwoordig niet veel meer. Het is de Strokkur die u ziet, die ligt er vlak naast.’
Vanaf veilige afstand zagen we het wateroppervlak in de geiser tussen twee erupties door op en neer bewegen. ‘Gelijk de melk in een karnton,’ zei de gids. En dat betekent strokkur ook: ‘karnton’.
Melk heeft andere eigenschappen dan water. Ik kan me niet voorstellen dat melk zich bij het koude karnen als een koepel boven de randen van de ton verheft. Hier deed het water dat wel, azuurblauw dankzij silicaten, zouten van kiezelzuur. Het leek een gespiegelde hemel, licht bewolkt door de dampen die de waterkolom deden opbollen. Wonderschoon.

 

Fluide Tijdperk Afb2

Ilja Repin, Wat een vrijheid (1903), Russisch Staatsmuseum, Sint-Petersburg

 

Het kan dankzij de Strokkurkoepel zijn – herinneringen hebben invloed op de blik –, maar dezelfde koepel zie ik in Repins zeewater op Wat een vrijheid. Van ‘kiezelzuurzout’ hier geen spoor, deze is bruin, groen, iets daartussenin. Maar ik ken geen water dat zo levend is weergegeven, zo… fluïde. Wat Repin zelf heeft gedacht bij het schilderen van dit beeld weet ik niet. Ik denk bij dit schilderij aan de badende Toulouse-Lautrec. De mens vrij, vrij de onbedorven zee – het ene geluk kan niet zonder het andere. Men gaat volledig op in iets anders dan zichzelf.

Erminie – haar verzoek mijn identiteit te onderzoeken. Val ik nu niet terug in mijn oude zelfontwijkgewoonte? Het gaat hier immers om vervloeien met iets dat groter of sterker is dan ik, opheffing van mijn eigen identiteit. Wegglijden in de wateren.
Ze deed haar verzoek in een gesprekje waarin ik het woord ‘zelfopheffing’ liet vallen. Ze kon zich niet voorstellen dat ik die wens koesterde: ‘Jouw persoonlijkheid vult meteen de hele kamer als je binnenkomt.’ Hoe ik dacht dat ik zo’n zelfopheffing voor elkaar zou krijgen.
‘Ik denk door symbiose, en dan liefst met jou.’
Ze schudde het hoofd. ‘Ik ben daar niet zo van. Behoefte aan symbiose is angst.’
Wat voor angst dan?
‘Verlatingsangst.’
Het licht dat aangaat als Erminie de kamer binnenkomt.
‘Kijk,’ zei ze. ‘Voor je geboorte zit je in de vaas van je moeder.’
Ik had haar over Péladans ideaalvaas verteld.
‘En als je geboren wordt, ben je zelf een vaas, en moet je langzaam met hulp van je moeder langzaam uitharden. En daar is volgens mij…’
‘Iets misgegaan,’ knikte ik. ‘Dat zei mijn eerste psychiater ook al.’
‘Je moeder durfde je niet los te laten…’
‘Die zag beren op de weg…’
‘Verlatingsangst. En jij hebt die van haar geërfd. Als jij het over symbiose hebt, krijg ik het gevoel dat ik in jouw vaas word uitgegoten. Terwijl ik zelf mijn eigen vaas ben.’

Men wordt niet graag voor angstig versleten, maar bij de aanblik van mijzelf als halfbakken vaas was dit toch wat ik voelde: angst. Alsof mijn hoofd op barsten stond, ik voel het weer nu ik dit schrijf. Op dat moment kon ik alleen maar dit uitbrengen, met de stem van een moederskindje: ‘Oké, je hebt gelijk. Geen symbiose dan.’
‘En ook geen volledig opgaan in iets anders dan jezelf…’
Maar fluïditeit, daar was ze helemaal voor.
‘Jij bent jij, en ik ben ik, laat stromen maar.’
Eerst weer even rustig worden, dacht ik, nu voelt het meer als branding.

 

Fluide Tijdperk Afb3

De IJslandse geiser Strokkur, het koepelmoment. Foto collectie auteur

 

Copyright © 2017 Atte Jongstra

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum